De slide-techniek (met vinger)

gitaar slide-techniek

De slide-techniek is een gitaartechniek die je kunt uitvoeren op 2 manieren.

  • Met een vinger van je frethand.
  • Of met een slide (meestal een metalen buisje wat je over één van je vingers schuift).

Het idee van beide uitvoeringen is, dat je een aangeslagen toon hoger of lager schuift over de hals. Terwijl de toon doorklinkt.
Dit artikel gaat over de slide-techniek, uitgevoerd met je vinger.

 

De slide-techniek

Inhoud

  1. Waarom een slide?
  2. Notatie van een slide
  3. Hoe speel je een slide

 

Waarom een slide?

Waarom zou je een slide spelen?

  • Voor de klank en het effect. Met een slide schuif je naar de volgende toon toe. De overgang naar die nieuwe toon is dan geleidelijk. Dat kan meer rust geven, of juist meer intensiteit. Dat hangt helemaal van het stuk muziek af. Speel je bijvoorbeeld een heel rustig gelaten stuk, dan draagt een slide hieraan bij. Maar in snelle opzwepende muziek maakt een goed uitgevoerde slide dat stuk juist net iets intenser. 
     
  • Voor het gemak. Soms is het spelen van een slide net iets makkelijker dan de volgende toon met een andere vinger in te drukken. Het komt dan wat beter uit om een slide te spelen. Je kunt je vinger dan op de snaar laten staan en gewoon 'doorschuiven' (of terugschuiven natuurlijk).

 

Notatie van een slide

Een slide wordt genoteerd als een streep tussen twee tonen.
De toon vanaf waar je de slide begint. En de toon waar de slide eindigt.

Als de streep omhoog gaat, dan is het een slide omhoog

Gaat de streep omlaag, dan is het een slide omlaag.

Zie onderstaande plaatjes.

notatie van een slide


Ieder plaatje betekent hetzelfde.

  • Het linkse plaatje is een 'platte' gitaartab, geschreven in een teksteditor zoals Windows kladblok. Er staan 3 slides in, aangegeven met een schuine streep tussen de tonen. De eerste op de B-snaar (de 2-na dunste snaar), van de 3e naar de 5e positie (3e en 5e fret, of 'vakje'). De volgende op de hoge E-snaar (de dunste snaar), van de 5e naar de 3e positie. En de laatste weer op de B-snaar, weer van de 3e naar de 5e positie.
     
  • Het middelste plaatje is een combinatie van notenschrift met een gitaartab eronder. Dezelfde slides: Op de B-snaar, van de 3e naar de 5e positie. De E-snaar, van de 5e naar de 3e positie en weer de 3e en 5e positie op de B-snaar. Het voordeel van deze notatie is, dat je zowel de bedoelde posities en snaren kunt zien, als de lengte van de tonen.
     
  • Het meest rechtse plaatje laat alleen het notenschrift zien. De slides tussen de tonen zijn ook met een streepje aangegeven. Maar omdat er geen tabje onderstaat zoals bij het middelste plaatje, moet je zelf uitzoeken op welke snaren je deze noten kunt spelen zodat je ze aan elkaar kunt spelen met een slide.

    Een slide kun je namelijk alleen op dezelfde snaar spelen. Je kunt een slide niet doen van de ene naar de andere snaar.
    Het linkse plaatje hieronder kan dus niet:
Image removed.

 

Hoe speel je een slide?

Een slide lijkt heel makkelijk.

Dat is het ook, als je 'm eenmaal kan.

Maar net zoals met alles als je gitaar leert spelen: Het aanleren van de slide-techniek moet je echt wel even oefenen.
Hou vol, de aanhouder wint :-)

Nog een keer hetzelfde voorbeeldje als hierboven.

hoe speel je een slide
  1. De eerste toon is dus de 3e positie op de B-snaar. Dit is een 'D'.
     
  2. Druk je wijsvinger op het 3e vakje op deze snaar, voor de 3e fret.
     
  3. Sla die snaar nu aan.
     
  4. Terwijl de aangeslagen toon nog klinkt, schuif je je wijsvinger door naar het 5e vakje, op dezelfde snaar. Dit is een 'E'.

    Om te schuiven moet je je wijsvinger natuurlijk iets minder om de hals klemmen. Hou je wijsvinger daarom iets losser, maar nog vast genoeg om de klank te laten doorklinken. Als je dan op de 5e positie bent, dan druk je deze weer stevig in.

    Er mag geen stilte zijn tijdens dit schuiven. Anders is het effect weg.
     
  5. Nou, daarna doe je eigenlijk precies het tegenovergestelde op de E-snaar.
    Je kunt hiervoor je eventueel middelvinger gebruiken in plaats van je wijsvinger.

    Waarom?

    Wel, dan kun je de vorige toon, die je met je wijsvinger ingedrukt houdt, langer laten doorklinken, terwijl je met je middelvinger aan de volgende slide begint. Dat maakt het geheel wat vloeiender.
     
  6. Dus, druk met je middelvinger het 5e vakje op de dunne E-snaar in (Het 5e vakje op de snaar is een 'A').
     
  7. En sla die snaar aan.
     
  8. En terwijl de toon nog klinkt, schuif je je middelvinger van het 5e vakje terug naar het 3e (de 'G'). Probeer ook hier de klank van de snaar vast te houden tijdens het schuiven.
     
  9. Heb je die? Dan doe je de eerste slide weer.

In het begin kan dit een beetje onwennig zijn.
Blijf oefenen, dan zal 't steeds beter en natuurlijker gaan.

Probeer ook af te wisselen met andere vingers.
Iedere vinger moet je deze techniek apart 'aanleren'.

 

 

 

 

 

Kennisbank

Trefwoorden

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.