gitaar stemmen met een stemapparaat

Stemmen met een stemapparaat

Stemmen met een stemapparaat is heel makkelijk als je eenmaal weet hoe het werkt. Je hoeft dan alleen maar een snaar aan te slaan. Het stemapparaat laat je zien hoever je van een toon afzit. Je hoeft tijdens het stemmen alleen maar de lampjes te volgen.

Voorbeeld video: Je gitaar stemmen met een stemaparaat


Een gitaar stemmen met een stemapparaat maakt één en ander wel makkelijker:

  • Je hoeft het niet op je gehoor te doen. Als je nog niet zo’n geoefend gehoor hebt, is het niet altijd even makkelijk om te horen of een toon nu hoger of lager is. Uitgezonderd voor die enkelen onder ons met een absoluut gehoor (mazzelaars).
  • Als je op het gehoor stemt moet je ook rekening houden met kleine afwijkingen die je krijgt als je de snaren indrukt tegen de fretten. De toon klinkt dan iets hoger. Met een stemapparaat kun je de snaren gewoon ‘los’ stemmen en dan heb je dat niet.
  • Als je met meerdere muzikanten samenspeelt, sta je allemaal hetzelfde gestemd. En het gaat ook sneller. Je hoeft niet ‘op elkaar’ te stemmen. Je stemt gewoon allemaal met een stemapparaat, tegelijk.
  • Stemmen met een stemapparaat gaat voor de meesten onder ons ook meestal sneller.
  • En je kunt later makkelijk met je eigen opnames meespelen, zonder dat je eerst de juiste toon moet zoeken.


Zoals je misschien wel weet bestaat geluid uit trillingen. Deze trillingen kunnen snel of langzaam zijn. Hoe langzamer de trilling, hoe lager de toon. Hoe sneller de trilling, hoe hoger de toon.

Dit kun je heel makkelijk zelf uivinden door met een touwtje te zwaaien; als je snel genoeg zwaait, hoor je het touw loeien als de wind. Als je nu sneller gaat zwaaien, wordt het loeien hoger. Je versnelt de trilling van het touw; dus krijg je een hogere toon.

Zo werkt het met een gitaarsnaar ook. Hoe losser de snaar, hoe langzamer deze trilt. Dus wordt de toon van de snaar lager. Andersom, hoe strakker de snaar is gespannen, hoe sneller deze gaat trillen. Dus hoe hoger de toon wordt.

Stemapparaten werken over het algemeen allemaal volgens hetzelfde principe. Ze vangen trillingen op van de snaar die je aanslaat. En via de trilling kunnen ze meten welke toon aangeslagen wordt.

Dat kan bijvoorbeeld door:

  • Voelen: Sommige stemapparaten hebben een ingebouwde voeler. Dit soort stemapparaten zijn op de gitaar gemonteerd (vaak zijn ze geklemd als een soort wasknijper op de kop van de gitaar). Als je een snaar aanslaat, werkt de trilling van de snaar door in het hout en wordt dan opgevangen door het stemapparaat.
  • Horen: Het stemapparaat ‘hoort’ de trilling. In dat geval leg je het stemapparaat voor je neer en slaat een snaar aan. Een microfoontje in het stemapparaat vangt vervolgens het geluid als trilling op.
  • Elektrisch: Stemapparaten met een input (meestal een Jack aansluiting) kun je aansluiten op je gitaar. In dat geval wordt de trilling van de aangeslagen snaar als elektrisch signaal aan het stemapparaat doorgegeven.

Het apparaat geeft vervolgens aan welke toon het dichtst in de buurt komt van de trilling die het hoort of voelt. Dat kan met bijvoorbeeld een wijzertje, lampjes, of een display.

Het wijzertje, de lampjes, of display geven vervolgens ook aan of de opgevangen trilling nét iets lager of hoger is dan de dichtstbijzijnde toon.


  • Bedenk in welke toon je wilt stemmen. Standaard is dit E-B-G-D-A-E (van de dunste naar de dikste snaar).
  • Zorg dat je snaren geschikt zijn voor de stemming die je in de vorige stap gekozen hebt. Als je te dikke snaren gebruikt voor je stemming, dan kan je gitaar onder een hogere spanning komen te staan dan goed voor ‘m is.
  • Heb je alle snaren los liggen? Houd dan rekening met het hout van je gitaar! Stem niet alles direct helemaal op. De hals van je gitaar krijgt dan direct een enorme spanning te verwerken. Meestal kan de hals daar wel tegen, maar doe het liever even rustig aan. Stem langzaam op in meerdere stappen.


Heb je een clip-on (een soort knijper met het stemapparaatje erop)?

Een clip-on kun je meestal instellen op een ingebouwd microfoontje of een voeler. Vaak doe je dit met een schuifknopje. De ‘voeler’ stand is erg handig als er veel omgevingsgeluid is.

Als je de clip-on hebt ingesteld op ‘voelen’ dan klem je de wasknijper op je hals. Als je de clip-on hebt ingesteld op het microfoontje, dan kun je hem ook gewoon voor je neerleggen.

Heb je een stemapparaat met microfoontje, leg deze dan voor je neer. Ditzelfde geldt voor een eventuele stemapparaat–app op je smartphone.

Heb je een elektrische gitaar en een stemapparaat met een jack-ingang, sluit het stemapparaat dan aan op je gitaar.

Dit is de makkelijkste en meest nauwkeurige manier om je elektrische gitaar te stemmen.


Je kunt eerst een snelle stemronde doen. In deze eerste snelle stemronde ga je alle snaren even snel langs en stem je ze ongeveer goed.

Waarom?

Nou kijk, je gitaar is van hout, dat weet je natuurlijk. Daarom kromt de hals van je gitaar een beetje met het trekken van de snaren mee. Hoe strakker je de snaren trekt, hoe meer de hals mee kromt.

Dus, als je een snaar precies goed stemt en vervolgens de volgende en de volgende en zo alle 6. Dan klopt de eerste waarschijnlijk niet meer, omdat de hals verder is gaan krommen met het stemmen van de andere snaren.

Dit kun je trouwens ook krijgen als je gitaar een tremolo heeft. Met een tremolo komt er nóg een factor bij die de gitaar op stemming houdt. Dat zijn de veren die aan de tremolo ‘trekken’. Als je een snaar strakker spant, komt de tremolo iets omhoog. Daarmee worden alle andere snaren weer iets lager van toon. Dat kan een geduld werkje zijn.

Als je nu eerst even snel grof stemt, dan scheelt je dat een hoop keren opnieuw beginnen.

Deze eerste snelle stemronde is alleen nodig als je gitaar erg ontstemd is, niet als je even snel wilt bij stemmen.


Nu, alle voorbereiding achter de rug, kun je eindelijk gaan stemmen 🙂

Ik ga even uit van de standaard stemming E-B-G-D-A-E (van de dunste naar de dikste snaar).

  1. Sla een snaar aan.
  2. Je stemapparaat geeft nu aan welke toon het is en of je net iets onder of boven de toon zit.
  3. Van de dunste naar de dikste snaar, stem je de volgende tonen:
  4. E, B, G, D, A, E.


Staat de snaar te laag gestemd, draai deze dan strakker, totdat het stemapparaat aangeeft dat je goed zit.

Staat de snaar te hoog gestemd, draai deze dan losser. Niet totdat hij precies goed zit, maar nét iets te laag.

Draai de snaar vervolgens weer strakker tot het stemapparaat aangeeft dat je precies goed zit.

Met ‘omhoog stemmen’ voorkom je wat meer dat de gitaar tijdens het spelen sneller ontstemt.


Stemmen met een clip-on


Stemmen met een Smartphone


Reactie plaatsen